Kop logo vom Himmel hoch
Home - Moderne Devotie - Juni 2003

Moderne Devotie

To hold until full is not as good as stopping.
An oversharpened sword cannot last long.
A room filled with gold and jewels cannot be protected.
Boasting of wealth and virtue brings your demise.
After finishing the work, withdraw.

This is the Way of Heaven.

Lao Tse (b 604 bc?), Te-Tao Ching
Lao Tse (b 604 bc?), Te-Tao Ching; translated by Charles Muller (1997)

www.human.toyogakuen-u.ac.jp/~acmuller/contao/laotzu.htm

Geplaatst: 5 juni 2003

Waarom wilt gij zien, wat gij niet moogt bezitten? De wereld gaat voorbij met al hare begeerlijkheden (I Joh. 2:17). De lust der zinnen lokt ons tot uitgaan; maar als die tijd voorbij is, wat brengt gij ervan terug dan een bezwaard geweten en een verstrooid hart? Een vrolijk uitgaan heeft dikwijls eene treurige terugkomst ten gevolge, en op een in vroolijkheid doorgebrachten avond volgt dikwijls een droeve morgen. Zoo begint alle vleeschelijke vreugde heel aanlokkend, maar in het einde schaadt en doodt zij. Wat kunt gij elders zien, wat gij hier niet ziet? Ziedaar den hemel en de aarde, en alle elementen: daaruit is immers alles gemaakt.

Thomas a Kempis (c.1380-1471), De Navolging van Christus

Geplaatst: 2 juni 2003

Verzamelt u geen schatten op aarde, waar mot en roest ze ontoonbaar maakt en waar dieven inbreken en stelen; maar verzamelt u schatten in de hemel, waar noch mot noch roest ze ontoonbaar maakt en waar geen dieven inbreken of stelen. Want, waar uw schat is, daar zal ook uw hart zijn.

De lamp van het lichaam is het oog. Indien dan uw oog zuiver is, zal geheel uw lichaam verlicht zijn; maar indien uw oog slecht is, zal geheel uw lichaam duister zijn. Indien nu wat licht in u is, duisternis is, hoe groot is dan de duisternis!

Niemand kan twee heren dienen, want hij zal òf de ene haten en de andere liefhebben, òf zich aan de ene hechten en de andere minachten; gij kunt niet God dienen èn Mammon.

Mattheüs 6:19-24, Nederlands Bijbel Genootschap

Geplaatst: 2 juni 2003

En Hij sprak tot hen een gelijkenis en zeide: Het land van een rijk man had veel opgebracht. En hij overlegde bij zichzelf en zeide: Wat moet ik doen, want ik heb geen ruimte om mijn vruchten te bergen. En hij zeide: Dit zal ik doen: ik zal mijn schuren afbreken en grotere bouwen en ik zal daarin al het koren en al mijn goederen bergen. En ik zal tot mijn ziel zeggen: Ziel, gij hebt vele goederen liggen, opgetast voor vele jaren, houd rust, eet, drink en wees vrolijk. Maar God zeide tot hem: Gij dwaas, in deze eigen nacht wordt uw ziel van u afgeëist en wat gij gereedgemaakt hebt, voor wie zal het zijn? Zó vergaat het hem, die voor zichzelf schatten verzamelt en niet rijk is in God.

Lucas 11:16-21, Nederlands Bijbel Genootschap

Geplaatst: 2 juni 2003

Nu heeft Christus zijn schat en zijn bezittingen op aarde nagelaten: dat zijn de zeven sacramenten en de uitwendige goederen van de heilige Kerk, waarvoor Hij Zich tot de dood ingespannen heeft, en ook dat moet voor allen gemeen zijn. En zijn dienaars, die daarvan leven, moeten ook voor allen gemeen zijn. En al degenen, die van aalmoezen leven en tot de geestelijke stand behoren, zoals geestelijken en alwie in kloosters of kluizen leven, zouden ook voor allen gemeen moeten zijn, tenminste in hun gebeden.

Bij de aanvang de heilige Kerk en van het geloof waren pausen, bisschoppen en priesters voor allen gemeen, want zij bekeerden het volk en stichtten de heilige Kerk en ons geloof, en zij bezegelden het met hun dood en met hun bloed. Zij waren simpel en eenvoudig en zij bezaten bestendige zielevrede in de eenheid van de geest; en zij waren verlicht met goddelijke wijsheid, rijk en overvloedig mededeelzaam in trouw en in liefde tot God en tot alle mensen.

Maar nu is ’t net het tegenovergestelde. Want die nu die erfenis en de kerkelijke goederen bezitten, die hun zijn toevertrouwd met liefde en om hun heiligheid, zijn ongestadig van hart en onbevredigd en uitgestort op velerlei dingen; zij zijn geheel gericht op de wereld en zij behartigen de zaken en taken die zij in handen hebben niet ten gronde. Daarom bidden zij met de lippen, maar hun hart smaakt de diepe zin er niet van, d.w.z. het geheime wonder, dat in de Schriftuur en in de sacramenten en in hun bediening verborgen ligt, voelen zij niet aan.

Daarom dan ook zijn zij grof en plomp en onverlicht wat de goddelijke waarheid betreft. Zij zoeken soms op onbetamelijke manier goed te eten en te drinken en het gerieflijk te hebben voor hun lichaam, en gave God, dat zij kuis van lichaam waren. Zolang als zij op deze wijze leven worden zij nooit verlicht. En zozeer als die uit vroegere tijden milddadig waren en uitvloeiend in liefde, en niets voor zichzelf behielden, zo zijn deze soms schraapzuchtig en gierig, en niets mag hun ontglippen. Dit alles is het tegenovergestelde van de heiligen en van de op de gemeenschap gerichte levenswijze, waar wij tevoren over spraken. Ik spreek hier over de huidige toestand in het algemeen; ieder onderzoeke zichzelf en hale hieruit bekering en vermaning, als hij dit behoeft.

Jan van Ruusbroec (1293-1381), Die Geestelike Brulocht

Geplaatst: 2 juni 2003

Literatuur:

Thomas a Kempis, De Navolging van Christus; vertaald uit het Latijn, Utrecht: Den Hertog (1981). Fotografische herdruk van: "Nieuwe uitgave, naar het Latijn, door de redactie van De Vriend van Oud en Jong (plm 1930)."

Jan van Ruusbroec, Die Geestelike Brulocht, Tielt en Amsterdam: Drukkerij-Uitgeverij Lannoo pvba (1977)